Verpleegkundige én patiënt

TWEEKANTEN VAN DE MEDAILLE

Het is tekenend voor Sandra van Sandwijk: tijdens het interview is de lach nooit ver weg. Maar zo logisch is dat niet. De 58-jarige dialyseverpleegkundige is sinds september 2025 namelijk zelf dialysepatient. Hoe gaat zij om met zo’n tegenslag? Staat zij daarna anders in haar werk?

Sandra van Sandwijk

Hoewel bij velen het lachen zou vergaan, gaat Sandra met hernieuwde energie door met haar leven, en met haar werk. ‘Nu loop ik n6g iets harder voor de patienten.’ Al haar hele leven werkt zij in de zorg. ‘In 1995 deed ik de opleiding tot dialyseverpleegkundige en sinds 2018 werk ik hier’, zegt ze. Dat ‘hier’ is in Gorinchem, bij een van de klinieken voor nierzorg van Elyse.

‘Het voelt vreemd om te dialyseren in de kliniek waar ik werk. Dus dialyseer ik elders’

Sandra’s nierproblemen begonnen jaren geleden met een nierbekkenontsteking. ‘Toen is het balletje gaan rollen’, blikt ze terug. Al leek de eerste tijd alles nog in orde. ‘Tot vier jaar geleden. lk kreeg enorme hoofdpijn en kon heel slecht zien. Mijn bloeddruk was veel te hoog, ik was constant moe. Mijn nieren bleken nog maar voor 8,9% te werken. Door medicijnen en de juiste voeding verbeterde dat tot 25%. ‘Daar kan ik nog jaren mee vooruit’, dacht ik toen. Maar dat bleek helaas te optimistisch. Want mijn nierfunctie verslechter­de toch weer, in een paar maanden zakte deze naar 10%. lk werd broodmager. Toen was er geen andere uitweg meer dan hemodialyse.’

Warm bad

Sinds die tijd wordt Sandra twee keer per week aangesloten op de haar zo bekende machines. Dat gebeurt in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht. ‘Nee, niet op mijn eigen afdeling in Gorinchem en dat is een bewuste keuze’, zegt ze. ‘lk zou het toch wel heel vreemd vinden om de behandeling op mijn eigen werkplek te krijgen. Sinds mijn ziekte ben ik daar minder gaan werken en heb ik nu een 10-urige werkweek, bij wijze van re-integratie.’
In het Albert Schweitzer zijn de collega’s heel erg met haar begaan. ‘Dat jou dit moet overkomen’, hoar ik vaak. Het grappige is: sommigen van die dialyseverpleegkundigen heb ik nog ingewerkt. Het is mooi om te zien hoe ze het nu zelf doen. Het voelt daar echt als een warm bad.’

Vooruit met de geit

“Eerst koos ik voor peritoneaal dialyse (PD), omdat ik daarbij mijn vrijheid zou kunnen behou­den. Maar helaas functioneerde dit niet zoals zou moeten. lk stapte over naar hemodialyse. En kies er voor om mezelf steeds aan te sluiten op het apparaat om zoveel als mogelijk eigen regie te behouden.’ Sandra is een sprekend voorbeeld van het type ‘het glas is halfvol’. ‘Toen ik geen andere keuze had dan dialyse, dacht ik: Hoppakee, vooruit met de geit. Je hebt er niets aan om bij de pakken neer te gaan zitten. Al weet ik ook wel dat het niet iedereen lukt om zo te denken.’
Positieve houding of niet, ook Sandra kreeg te maken met de gevolgen van de hemodialyse. ‘Je manier van leven staat op zijn kop, op bijna alle vlakken’, merkte ze. ‘Dialyses zijn levensreddend, tegelijk heb je veel minder energie dan je gewend was. Of dan je zou willen hebben. Zowel op mijn werk als prive kost alles meer moeite. lk vond het wel lastig me daaraan aan te passen. En het valt ook niet mee om twee keer per week voor zo’n behandeling op en neer naar Dordt te moeten reizen. Wat wel heel fijn is: mijn man brengt en haalt me iedere keer. Dat heeft hij op zijn werk kunnen regelen.’
‘Aan de andere kant zie ik om me heen dat het ook erger kan. Veel patienten hebben naast hun nierfalen ook andere klachten. Dat heb ik gelukkig niet, en dan prijs ik mezelf weer gelukkig.’

Lotsverbondenheid

Toen ze zelf ervaringsdeskundige werd, verander­de bijna ongemerkt Sandra’s houding tegenover de patienten die ze verpleegde. ‘In het begin vertelde ik niet tegen hen dat ik lotgenoot was geworden. lk ben de professional; mijn sores moeten niet hun sores zijn. Maar aan de andere kant betekent het ook veel voor hen als ze weten dat we lotgenoten zijn. lk weet nu nog beter wat ze doormaken. En het helpt ook dat ze nu sneller iets van mij aannemen’, zegt ze lachend.

‘Omdat ik zelf nierschade heb, nemen veel patienten sneller iets van mij aan’

‘lk luisterde al veel naar hen, maar nu begrijp ik veel beter hoe ze de behandelingen ervaren. lntussen weten alle patienten wel dat ik zelf ook dialyses moet ondergaan. lk vind het nu wel bijzonder, die lotsverbondenheid. lk snap nu wat ze bedoelen als ze me zeggen dat ze tijdens de dialyse kramp hebben of dat ze onderuit zijn gegaan. Of als ze praten over hun vrije tijd, die zo belangrijk voor hen is. De meeste patienten zijn drie ochtenden per week aan de machine gekluis­terd. De rest van die dagen zijn ze ook voor het grootste deel kwijt omdat de dialyse zo slopend is. Nu snap ik dat veel beter. lk merk dat ik n6g iets harder voor de patienten loop. En help hen er zo goed mogelijk doorheen te komen.

lk snap het nu beter als mensen aangeven dat het voor hen niet meer hoeft. Op die momenten praat ik vooral met hen over positieve dingen. Veel meer kan ik dan niet doen.’

Blijft doorwerken haalbaar?

En hoewel ze heel nuchter is, heeft Sandra ook zorgen. ‘lk wil blijven werken, dat is mijn drive’, zegt ze. ‘Mijn werkgever is erg begripvol, maar ook heel eerlijk: als ik diensten draai van minder dan zes uur hebben ze niet zoveel aan me. Tegenwoordig werk ik twee dagen per week, op elk van die dagen werk ik vijf uur achtereen. Daarna moet ik echt bijkomen. lk heb me erbij neergelegd dat het nooit meer 100% wordt. Maar of ik diensten van zes uur kan draaien … ? lk hoop het, daar werk ik hard aan. Maar ik heb minder energie dan voorheen, dus ik weet nog niet of dat haalbaar is. Daar maak ik me wel zorgen over, hoar. lk probeer dat los te laten, want ik wil nog zo graag!’

Hop, op de fiets!

Stoppen met werken is dan ook het laatste waaraan ze wil denken. ‘Niet alleen omdat ik mijn werk heel leuk ind, maar ook omdat ik nuttig bezig wil blijven en mijn hersens aan de gang wil houden. En ik weet dat ik nog zoveel te bieden heb. Zeker nu, met mijn ervaring als patient erbij. Daar hebben de mensen die ik in het Elyse verzorg ook veel aan. Dat weet ik, dat merk ik. Daarbij zijn mijn collega’s hier allemaal blij dat ik terug­gekomen ben. En stel dat het toch niet lukt om op de dialyseafdeling te blijven werken – iets wat ik niet hoop – dan vind ik wel iets anders in de zorg om me nuttig te maken.’
Voor de nabije toekomst is Sandra’s hoop gevestigd op een donornier.
‘Daarmee heb ik, als het allemaal positief uitpakt, mijn vrijheid terug. lk doe er dan ook alles aan mijn conditie zo goed mogelijk te houden. Na iedere dialysebehandeling rust ik even uit op de bank. Maar daarna spring ik weer op de fiets. In beweging blijven.’

Collega en behandelaar van Sandra

Nefroloog Marieke werkt samen met Sandra en is tevens haar behandelaar: ‘lk ken Sandra sinds 4½ jaar. We zijn open en eerlijk naar elkaar. Vorig jaar maakte Sandra een zware tijd door. lk weet goed hoe ik haar kan ondersteu- nen bij tegenslagen.
Het is wel prettig dat Sandra niet dialyseert op de plek waar ze normaal werkt. Anders zou ze tussen patienten liggen die ze zelf ook moet verplegen. En het is fijner door andere verpleegkundigen geholpen te warden dan je directe collega’s. Het is beter om dat te scheiden.
Het voordeel is dat Sandra veel af weet van nierfalen. Ze is een heel ervaren dialyseverpleegkundige. Ze begrijpt alles vlot en denkt mee. Ze stelt bijvoorbeeld haar dialysemachine zelf in, denkt mee over de instellingen en laboratoriumuitslagen, houdt haar gezondheid goed in de gaten en trekt op tijd aan de bel als iets niet goed gaat. Die eigen regie vind ik prettig: ik wil dat patienten zelf keuzes maken en meebeslissen.’

Bron: Nier Magazine (Nierstichting)
Fotografie: Peter Snaterse (BEELDINZICHT)